www.bovia.nl update
19-03-2012
Kentekenreglement
Artikel 6. De inrichting van het
kentekenregister
1. Het kentekenregister
bevat uitsluitend de volgende categorieën gegevens:
a. de naam, de voornaam of, in geval van meer
voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de
adellijke titel of het predicaat, de geboortedatum, de geboorteplaats, het
geboorteland, het geslacht en het adres van degene aan wie het kenteken is dan
wel was opgegeven;
b. de naam, het adres en het inschrijvingsnummer
bij de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon waaraan het kenteken is dan
wel was opgegeven;
c. de naam, de voornaam of, in geval van meer
voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de
geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres
van degene die bij de aanvraag van een kentekenbewijs als gemachtigde van een
rechtspersoon is opgetreden;
d. de naam en het adres van degene die een
voertuig waarvoor nog geen kenteken is opgegeven, op Nederlands grondgebied
heeft gebracht of in Nederland heeft vervaardigd;
e. de naam, het adres en de gegevens omtrent het
legitimatiebewijs van degene die een voertuig voorgoed buiten Nederland brengt;
f. gegevens omtrent bij de aanvraag van een
kentekenbewijs overgelegde legitimatiebewijzen;
g. gegevens omtrent de afgifte, de invordering
alsmede de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs;
h. gegevens omtrent de erkenning bedrijfsvoorraad,
bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 5 van de wet;
i. gegevens omtrent de schorsing, bedoeld in
hoofdstuk IV, paragraaf 6 van de wet;
j. gegevens omtrent de verplichting tot
periodieke keuring, bedoeld in hoofdstuk V van de wet;
k. gegevens ten behoeve van de heffing van de
motorrijtuigenbelasting, bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
en de belasting, bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s
en motorrijwielen 1992;
l. gegevens omtrent voertuigen waarvoor een kenteken
is dan wel was opgegeven alsmede voertuigen die op Nederlands grondgebied zijn
gebracht of in Nederland zijn vervaardigd, waarvoor nog geen kenteken is
opgegeven;
m. gegevens omtrent het bepaalde in andere
wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel k
bedoelde wettelijke regelingen;
n. gegevens omtrent in het buitenland
geregistreerde voertuigen waarvoor de opgave van een kenteken wordt verzocht;
o. gegevens omtrent typegoedkeuringen van
voertuigen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken;
p. gegevens in verband met het verwerken van
gegevens in het kader van het kentekenregister alsmede het gebruiken van deze
gegevens door belanghebbenden;
q. gegevens van administratieve aard, verband
houdende met de tenaamstelling van kentekens;
r. gegevens omtrent de vermissing van
voertuigen en de aangifte van diefstal of verduistering van voertuigen;
s. het burgerservicenummer,
het GBA-nummer en het door de Dienst Wegverkeer in het kader van het
kentekenregister toegekende persoonsidentificatienummer;
t. het gegeven dat degene aan wie een kenteken
is opgegeven, is overleden, en
u. het gegeven dat ten aanzien van een voertuig
waarvoor een kenteken is opgegeven, niet is voldaan aan de verplichting tot het
betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de
motorrijtuigenbelasting 1994, of de verplichtingen inzake opgelegde
administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke
handhaving verkeersvoorschriften.
2. De in het eerste lid
bedoelde gegevens worden, voor zover zij verband houden met een tenaamstelling,
maximaal negen jaar na het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister
bewaard. De overige gegevens worden gedurende een door de Dienst Wegverkeer
vastgestelde periode bewaard.
Artikel 11. Verstrekking van
persoonsgegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel c
1. Nadat een
belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een verzoek
om verstrekking van persoonsgegevens heeft ingediend, vraagt de Dienst
Wegverkeer aan betrokkene toestemming voor de verstrekking van deze gegevens.
Deze dienst geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is
verzocht.
2. Het vragen van
toestemming blijft achterwege indien uit het kentekenregister blijkt dat
betrokkene zijn toestemming aan elke verstrekking aan belanghebbenden als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, heeft onthouden, dan wel indien
het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst
Wegverkeer aangewezen bescheiden is betrokken bij een verkeersongeval waarbij
aan de aanvrager schade is toegebracht.
3. Aan belanghebbenden
als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, worden persoonsgegevens niet
verstrekt indien betrokkene zijn toestemming daaraan onthoudt, dan wel zijn
toestemming aan elke verstrekking aan desbetreffende belanghebbenden heeft
onthouden.
4. In afwijking van het
derde lid worden aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel c, de gevraagde gegevens zonder toestemming van betrokkene verstrekt,
indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de
Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden, is betrokken bij een verkeersongeval
waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
5. In afwijking van het
eerste lid blijft het vragen van toestemming achterwege indien het een aanvraag
betreft door degene die als eigenaar van het desbetreffende voertuig in het
kentekenregister staat geregistreerd tot verstrekking van persoonsgegevens met
betrekking tot de houder aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
Artikel 10. Aanvraag van gegevens
1. De aanvraag tot het
verstrekken van gegevens geschiedt op door de Dienst Wegverkeer te bepalen
wijze en onder opgave van de reden, waarbij de identiteit van de aanvrager met
voldoende zekerheid door deze dienst kan worden vastgesteld.
2. Indien de aanvrager
persoonlijk bij de Dienst Wegverkeer verschijnt teneinde een aanvraag tot het
verstrekken van gegevens in te dienen, legitimeert deze zich ten genoege van deze dienst.
3. Het eerste en tweede
lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door
belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, mits
overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer bepaalde, is vastgesteld dat de
aanvrager tot één van de genoemde categorieën behoort en voldoende zekerheid is
verkregen omtrent diens identiteit.
4. In afwijking van het
eerste tot en met derde lid hoeft bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens
geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven noch is vaststelling van de
identiteit van de aanvrager noodzakelijk.
Artikel 7. Authentieke en gevoelige
gegevens
1. Als authentieke
gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a, derde lid, van de
wet worden aangewezen gegevens omtrent:
a. afgifte van een kentekenbewijs, bedoeld in
artikel 6, onderdelen f en u;
b. een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan
wie een erkenning als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is
verleend;
c. voertuigstatus;
d. aansprakelijkheid;
e. uitvoering en constructie van een voertuig;
f. milieuaspecten van een voertuig; of
g. gebruik van een voertuig.
2. Als gevoelige
gegevens worden aangewezen gegevens of combinaties van gegevens die zijn aan te
merken als:
a. persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1,
onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. gegevens waarvan de verstrekking een nadelig
effect kan hebben op de concurrentiepositie van een onderneming, waaronder in
elk geval worden verstaan voertuigidentificerende
gegevens in combinatie met gegevens ten aanzien van een rechtspersoon omtrent:
1°. naam, adres en vestigingsplaats;
2°. datum van oprichting en opheffing;
3°. aan de rechtspersoon gerelateerde nummers en
coderingen, en
4°. rechtspersoonsstatus.
c. gegevens waarvan de verstrekking het risico
van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift met zich brengt waaronder
in elk geval worden verstaan gegevens omtrent:
1°. identificatie en registratie van een voertuig;
2°. diefstal van een voertuig;
3°. aansprakelijkheden met betrekking tot het
voertuig;
4°. kentekenbewijsstatus, en
5°. voertuigstatus.
3. Niet-gevoelige
gegevens zijn alle gegevens die niet op grond van het tweede lid als gevoelig
zijn aangewezen.
Artikel 8. Mededeling feiten en onjuistheden
door overheidsorganen
De Dienst Wegverkeer bepaalt de wijze
waarop:
a. overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a,
eerste lid, onderdeel a, van de wet een melding als bedoeld in artikel 43c,
eerste lid, van de wet doen;
b. een authentiek gegeven als bedoeld in artikel
41a, eerste lid, onderdeel c, van de wet «in onderzoek» wordt geplaatst als bedoeld in artikel 43c,
derde lid, van de wet.
Besluit van 6 oktober 1994, houdende
uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994
Artikel 9. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan anderen dan overheidsorganen, autoriteiten buiten Nederland en
instellingen van volkenrechtelijke organisaties
1. Aan de volgende
personen en instanties kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt:
a. door Onze Minister of, in geval van
verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van
een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk dan
wel, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld
in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze
Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze
Minister van Justitie, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën
van beroepsbeoefenaren;
b. door Onze Minister of, in geval van
verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van
een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk
aangewezen informatieproviders, en
c. belanghebbenden, niet zijnde personen en
instanties als bedoeld in de onderdelen a en b.
2. Onverminderd de
artikelen 11 tot en met 14 kunnen met betrekking tot gevoelige gegevens als
bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij ministeriële regeling nadere regels worden
gesteld die betrekking hebben op:
a. de personen en instanties, bedoeld in het
eerste lid, aan wie wordt verstrekt;
b. de gevallen waarin wordt verstrekt;
c. de voorwaarden waaronder wordt verstrekt, of
d. de doeleinden waarvoor wordt verstrekt.
3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de aan de in het
eerste lid genoemde personen en instanties verstrekte gegevens. Daarbij kunnen
beperkingen aan het gebruik worden gesteld alsmede voorschriften ten aanzien van
de beveiliging van de verstrekte gegevens en voorschriften voor het verlenen
van medewerking aan het toezicht door de Dienst Wegverkeer.
Artikel 8a. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan autoriteiten buiten Nederland en instellingen van volkenrechtelijke
organisaties
1. Uit het
kentekenregister worden door de Dienst Wegverkeer gevoelige gegevens verstrekt
aan:
a. met de registratie van voertuigen belaste
autoriteiten buiten Nederland ten behoeve van de registratie van voertuigen
aldaar;
b. autoriteiten buiten Nederland die zijn belast
met de handhaving van verkeersregels, de opsporing van verkeersovertredingen en
de heffing van parkeerbelasting of andere heffingen inzake het gebruik van de
weg;
c. met de toelating van voertuigen belaste
autoriteiten buiten Nederland, omtrent typen voertuigen, voertuigsystemen,
voertuigonderdelen of technische eenheden en omtrent de uitstoot van
verontreinigde gassen en deeltjes;
d. autoriteiten buiten Nederland en instellingen
van volkenrechtelijke organisaties voor zover dit ter uitvoering van een
verdrag of een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisaties vereist
is.
2. Gevoelige gegevens
als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan autoriteiten uit
landen die geen deel uitmaken van de Europese Unie, de Europese
Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte en aan instellingen van
volkenrechtelijke organisaties welke niet door een lidstaat van de Europese
Unie, de Europese Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte als
zodanig zijn aangewezen, indien dat land of die instelling naar het oordeel van
de Dienst Wegverkeer een passend beschermingsniveau waarborgt. De beoordeling
of sprake is van een passend beschermingsniveau geschiedt overeenkomstig
artikel 76, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Hoofdstuk 3. Registratie van kentekens
Artikel 6. De inrichting van het
kentekenregister
1. Het kentekenregister
bevat uitsluitend de volgende categorieën gegevens:
a. de naam, de voornaam of, in geval van meer
voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de
adellijke titel of het predicaat, de geboortedatum, de geboorteplaats, het
geboorteland, het geslacht en het adres van degene aan wie het kenteken is dan
wel was opgegeven;
b. de naam, het adres en het inschrijvingsnummer
bij de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon waaraan het kenteken is dan
wel was opgegeven;
c. de naam, de voornaam of, in geval van meer
voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de
geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres
van degene die bij de aanvraag van een kentekenbewijs als gemachtigde van een
rechtspersoon is opgetreden;
d. de naam en het adres van degene die een voertuig
waarvoor nog geen kenteken is opgegeven, op Nederlands grondgebied heeft
gebracht of in Nederland heeft vervaardigd;
e. de naam, het adres en de gegevens omtrent het
legitimatiebewijs van degene die een voertuig voorgoed buiten Nederland brengt;
f. gegevens omtrent bij de aanvraag van een
kentekenbewijs overgelegde legitimatiebewijzen;
g. gegevens omtrent de afgifte, de invordering
alsmede de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs;
h. gegevens omtrent de erkenning
bedrijfsvoorraad, bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 5 van de wet;
i. gegevens omtrent de schorsing, bedoeld in
hoofdstuk IV, paragraaf 6 van de wet;
j. gegevens omtrent de verplichting tot
periodieke keuring, bedoeld in hoofdstuk V van de wet;
k. gegevens ten behoeve van de heffing van de
motorrijtuigenbelasting, bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
en de belasting, bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s
en motorrijwielen 1992;
l. gegevens omtrent voertuigen waarvoor een
kenteken is dan wel was opgegeven alsmede voertuigen die op Nederlands
grondgebied zijn gebracht of in Nederland zijn vervaardigd, waarvoor nog geen
kenteken is opgegeven;
m. gegevens omtrent het bepaalde in andere
wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel k
bedoelde wettelijke regelingen;
n. gegevens omtrent in het buitenland
geregistreerde voertuigen waarvoor de opgave van een kenteken wordt verzocht;
o. gegevens omtrent typegoedkeuringen van
voertuigen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken;
p. gegevens in verband met het verwerken van
gegevens in het kader van het kentekenregister alsmede het gebruiken van deze
gegevens door belanghebbenden;
q. gegevens van administratieve aard, verband
houdende met de tenaamstelling van kentekens;
r. gegevens omtrent de vermissing van
voertuigen en de aangifte van diefstal of verduistering van voertuigen;
s. het burgerservicenummer,
het GBA-nummer en het door de Dienst Wegverkeer in het kader van het
kentekenregister toegekende persoonsidentificatienummer;
t. het gegeven dat degene aan wie een kenteken
is opgegeven, is overleden, en
u. het gegeven dat ten aanzien van een voertuig
waarvoor een kenteken is opgegeven, niet is voldaan aan de verplichting tot het
betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de
motorrijtuigenbelasting 1994, of de verplichtingen inzake opgelegde
administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke
handhaving verkeersvoorschriften.
2. De in het eerste lid
bedoelde gegevens worden, voor zover zij verband houden met een tenaamstelling,
maximaal negen jaar na het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister
bewaard. De overige gegevens worden gedurende een door de Dienst Wegverkeer
vastgestelde periode bewaard.
Artikel 7. Authentieke en gevoelige
gegevens
1. Als authentieke
gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a, derde lid, van de
wet worden aangewezen gegevens omtrent:
a. afgifte van een kentekenbewijs, bedoeld in
artikel 6, onderdelen f en u;
b. een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan
wie een erkenning als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is
verleend;
c. voertuigstatus;
d. aansprakelijkheid;
e. uitvoering en constructie van een voertuig;
f. milieuaspecten van een voertuig; of
g. gebruik van een voertuig.
2. Als gevoelige
gegevens worden aangewezen gegevens of combinaties van gegevens die zijn aan te
merken als:
a. persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1,
onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. gegevens waarvan de verstrekking een nadelig
effect kan hebben op de concurrentiepositie van een onderneming, waaronder in
elk geval worden verstaan voertuigidentificerende
gegevens in combinatie met gegevens ten aanzien van een rechtspersoon omtrent:
1°. naam, adres en vestigingsplaats;
2°. datum van oprichting en opheffing;
3°. aan de rechtspersoon gerelateerde nummers en
coderingen, en
4°. rechtspersoonsstatus.
c. gegevens waarvan de verstrekking het risico
van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift met zich brengt waaronder
in elk geval worden verstaan gegevens omtrent:
1°. identificatie en registratie van een voertuig;
2°. diefstal van een voertuig;
3°. aansprakelijkheden met betrekking tot het
voertuig;
4°. kentekenbewijsstatus, en
5°. voertuigstatus.
3. Niet-gevoelige
gegevens zijn alle gegevens die niet op grond van het tweede lid als gevoelig
zijn aangewezen.
Artikel 8. Mededeling feiten en
onjuistheden door overheidsorganen
De Dienst Wegverkeer bepaalt de wijze
waarop:
a. overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a,
eerste lid, onderdeel a, van de wet een melding als bedoeld in artikel 43c,
eerste lid, van de wet doen;
b. een authentiek gegeven als bedoeld in artikel
41a, eerste lid, onderdeel c, van de wet «in onderzoek» wordt geplaatst als bedoeld in artikel 43c,
derde lid, van de wet.
Artikel 8a. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan autoriteiten buiten Nederland en instellingen van
volkenrechtelijke organisaties
1. Uit het
kentekenregister worden door de Dienst Wegverkeer gevoelige gegevens verstrekt
aan:
a. met de registratie van voertuigen belaste
autoriteiten buiten Nederland ten behoeve van de registratie van voertuigen
aldaar;
b. autoriteiten buiten Nederland die zijn belast
met de handhaving van verkeersregels, de opsporing van verkeersovertredingen en
de heffing van parkeerbelasting of andere heffingen inzake het gebruik van de
weg;
c. met de toelating van voertuigen belaste
autoriteiten buiten Nederland, omtrent typen voertuigen, voertuigsystemen,
voertuigonderdelen of technische eenheden en omtrent de uitstoot van
verontreinigde gassen en deeltjes;
d. autoriteiten buiten Nederland en instellingen
van volkenrechtelijke organisaties voor zover dit ter uitvoering van een
verdrag of een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisaties vereist
is.
2. Gevoelige gegevens
als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan autoriteiten uit
landen die geen deel uitmaken van de Europese Unie, de Europese
Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte en aan instellingen van
volkenrechtelijke organisaties welke niet door een lidstaat van de Europese
Unie, de Europese Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte als
zodanig zijn aangewezen, indien dat land of die instelling naar het oordeel van
de Dienst Wegverkeer een passend beschermingsniveau waarborgt. De beoordeling
of sprake is van een passend beschermingsniveau geschiedt overeenkomstig
artikel 76, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 9. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan anderen dan overheidsorganen, autoriteiten buiten Nederland en
instellingen van volkenrechtelijke organisaties
1. Aan de volgende
personen en instanties kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt:
a. door Onze Minister of, in geval van verstrekking
van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een
voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk dan wel,
in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld in
artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze
Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze
Minister van Justitie, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën
van beroepsbeoefenaren;
b. door Onze Minister of, in geval van
verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van
een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk
aangewezen informatieproviders, en
c. belanghebbenden, niet zijnde personen en
instanties als bedoeld in de onderdelen a en b.
2. Onverminderd de
artikelen 11 tot en met 14 kunnen met betrekking tot gevoelige gegevens als
bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij ministeriële regeling nadere regels
worden gesteld die betrekking hebben op:
a. de personen en instanties, bedoeld in het
eerste lid, aan wie wordt verstrekt;
b. de gevallen waarin wordt verstrekt;
c. de voorwaarden waaronder wordt verstrekt, of
d. de doeleinden waarvoor wordt verstrekt.
3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de aan de in het
eerste lid genoemde personen en instanties verstrekte gegevens. Daarbij kunnen
beperkingen aan het gebruik worden gesteld alsmede voorschriften ten aanzien
van de beveiliging van de verstrekte gegevens en voorschriften voor het
verlenen van medewerking aan het toezicht door de Dienst Wegverkeer.
Artikel 10. Aanvraag van gegevens
1. De aanvraag tot het
verstrekken van gegevens geschiedt op door de Dienst Wegverkeer te bepalen
wijze en onder opgave van de reden, waarbij de identiteit van de aanvrager met
voldoende zekerheid door deze dienst kan worden vastgesteld.
2. Indien de aanvrager
persoonlijk bij de Dienst Wegverkeer verschijnt teneinde een aanvraag tot het
verstrekken van gegevens in te dienen, legitimeert deze zich ten genoege van deze dienst.
3. Het eerste en tweede
lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door
belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, mits
overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer bepaalde, is vastgesteld dat de
aanvrager tot één van de genoemde categorieën behoort en voldoende zekerheid is
verkregen omtrent diens identiteit.
4. In afwijking van het
eerste tot en met derde lid hoeft bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens
geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven noch is vaststelling van de
identiteit van de aanvrager noodzakelijk.
Artikel 11. Verstrekking van
persoonsgegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel c
1. Nadat een
belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een verzoek
om verstrekking van persoonsgegevens heeft ingediend, vraagt de Dienst
Wegverkeer aan betrokkene toestemming voor de verstrekking van deze gegevens.
Deze dienst geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is
verzocht.
2. Het vragen van
toestemming blijft achterwege indien uit het kentekenregister blijkt dat
betrokkene zijn toestemming aan elke verstrekking aan belanghebbenden als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, heeft onthouden, dan wel indien
het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst
Wegverkeer aangewezen bescheiden is betrokken bij een verkeersongeval waarbij
aan de aanvrager schade is toegebracht.
3. Aan belanghebbenden
als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, worden persoonsgegevens niet
verstrekt indien betrokkene zijn toestemming daaraan onthoudt, dan wel zijn
toestemming aan elke verstrekking aan desbetreffende belanghebbenden heeft
onthouden.
4. In afwijking van het
derde lid worden aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel c, de gevraagde gegevens zonder toestemming van betrokkene verstrekt,
indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst
Wegverkeer aangewezen bescheiden, is betrokken bij een verkeersongeval waarbij
aan de aanvrager schade is toegebracht.
5. In afwijking van het
eerste lid blijft het vragen van toestemming achterwege indien het een aanvraag
betreft door degene die als eigenaar van het desbetreffende voertuig in het
kentekenregister staat geregistreerd tot verstrekking van persoonsgegevens met
betrekking tot de houder aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
Artikel 12. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan beroepsbeoefenaren
Aan beroepsbeoefenaren of categorieën
van beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a,
worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens
beroepshalve nodig hebben voor het realiseren van rechten en plichten met
betrekking tot het desbetreffende voertuig die voor de aanvrager of diens
cliënt bestaan of kunnen ontstaan, voortvloeiend uit wettelijk voorschrift of
uit overeenkomst, een en ander voor zover bij de aanwijzing, bedoeld in artikel
9, eerste lid, onderdeel a, is bepaald.
Artikel 13. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan geregistreerde rechtspersonen en bedrijven
1. Aan rechtspersonen
kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt met betrekking tot de motorrijtuigen
en aanhangwagens ten aanzien waarvan de desbetreffende rechtspersoon als
eigenaar dan wel houder in het kentekenregister staat geregistreerd.
2. In aanvulling op het
eerste lid kunnen aan degene die in het kentekenregister staat geregistreerd
als eigenaar van een voertuig waarvan het kentekenbewijs is afgegeven aan een
houder, gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b
en c, die betrekking hebben op de houder of diens voertuig worden verstrekt.
Artikel 14. Verstrekking van gevoelige
gegevens aan informatieproviders
1. Aan
informatieproviders bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, kunnen op
aanvraag bij ministeriële regeling bepaalde gevoelige gegevens worden verstrekt
in overeenstemming met de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b. De verstrekking van gevoelige gegevens vindt slechts plaats ten
behoeve van:
a. statistische doeleinden;
b. bij de aanwijzing als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, onderdeel b, aangewezen voertuiginformatiesystemen ten behoeve van
de voertuigbranche, of
c. andere bij ministeriële regeling te bepalen
doeleinden.
2. Aan de in het eerste
lid bedoelde informatieproviders worden uitsluitend gegevens verstrekt die de
situatie weergeven op het moment van de verstrekking.
Artikel 15. Gebruik van gevoelige
gegevens
De personen en instanties als bedoeld
in artikel 9, eerste lid, mogen de aan hen verstrekte gevoelige gegevens
slechts gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt.
Artikel 16. Beperking aan verstrekking
en gebruik van gevoelige gegevens
Op verzoek van betrokkene wordt in het
kentekenregister geregistreerd dat hij zijn toestemming onthoudt aan de
verstrekking van op hem betrekking hebbende gevoelige gegevens aan
belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.
Artikel 16a. Tarief voor toezicht
Het tarief, bedoeld in artikel 45a,
derde lid, van de wet wordt in rekening gebracht in bij ministeriële regeling
te bepalen gevallen aan in die ministeriële regeling aangewezen personen en
instanties of categorieën daarvan.
Artikel 5. Kentekenplaat
1. Het kenteken wordt
aangebracht op een plaat die behoort tot een door de Dienst Wegverkeer
goedgekeurde soort.
2. Het eerste lid geldt
niet in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.
3. De in het eerste lid
bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn in bij ministeriële regeling vast
te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken.
Hoofdstuk 2. Kentekens
Artikel 1a. Uitzondering
kentekenplicht
Als categorieën bromfietsen, bedoeld
in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet waarop artikel 36
van de wet niet van toepassing is, worden, voor zover deze voertuigen voldoen
aan de begripsomschrijving van bromfiets in artikel 1, eerste lid, onder e, van
de wet, vastgesteld:
a. bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet;
b. motorrijtuigen met een door de constructie
bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h;
c. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een
voetganger te worden meegevoerd, en
d. motorrijtuigen met drie symmetrisch
geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de
achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en
voor vrijetijdsbesteding.
Artikel 2. Opgave en inrichting
kenteken
1. De opgave van een
kenteken geschiedt door afgifte van een kentekenbewijs dan wel door afgifte van
een deel I B of een bedrijfsvoorraad deel I B van een kentekenbewijs.
2. Het kenteken bestaat
uit een combinatie van letters en cijfers dan wel een combinatie van één letter
en cijfers.
Artikel 3. Handelaarskentekens
Aan een erkend bedrijf of aan een
natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 42, eerste lid,
onderdeel b, kan, mits wordt voldaan aan hoofdstuk 5, voor de in artikel 37,
derde lid, van de wet bedoelde voertuigen een kenteken worden opgegeven
bevattende:
a. voor wat betreft motorrijtuigen, met
uitzondering van bromfietsen, de lettergroep HA, HF of FH en twee groepen van
twee cijfers;
b. voor wat betreft bromfietsen de lettergroep
HC en twee groepen van twee cijfers, of
c. voor wat betreft aanhangwagens de lettergroep
OA en twee groepen van twee cijfers.
Artikel 4. Bijzondere kentekens
1. Aan leden van het Koninklijk
Huis en aan buitenlandse diplomaten kan een kenteken worden opgegeven,
bevattende de lettergroep AA, onderscheidenlijk CD, en aan hen die behoren tot
het Internationaal Gerechtshof dan wel tot een door Onze Minister van
Buitenlandse Zaken aangewezen internationale organisatie een kenteken,
bevattende de lettergroep CDJ.
2. Kentekens,
bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers worden
slechts opgegeven voor voertuigen:
a. waarvoor overeenkomstig de voorschriften van
de Minister van Financiën een vrijstelling van belasting is verleend, of
b. waarvan de eigenaar of houder behoort tot het
personeel van buitenlandse ambassades, consulaten en daarmee gelijkgestelde
instellingen, voor zover daarvoor naar het oordeel van de Minister van
Buitenlandse Zaken aanleiding is.
3. Kentekens, bevattende
de lettergroep GV en twee groepen van twee cijfers, worden slechts opgegeven
voor motorrijtuigen met beperkte snelheid en landbouw- of bosbouwtrekkers, die
in het grensverkeer worden gebezigd alsmede voor door deze categorieën
voertuigen voortbewogen aanhangwagens.
4. Kentekens,
bevattende de lettergroep ZZ en twee groepen van twee cijfers worden slechts
opgegeven voor voertuigen die zich in verband met hun constructie uitsluitend
op de weg mogen bevinden met een ontheffing van de wegbeheerder dan wel van de
Dienst Wegverkeer.
5. Kentekens, bevattende
twee groepen van drie letters en cijfers of een combinatie daarvan worden
slechts opgegeven voor voertuigen, die naar het oordeel van de Dienst
Wegverkeer technisch in goede staat zijn, en die:
a. overeenkomstig de artikelen 31, 32 of 33
voorgoed buiten Nederland worden gebracht, of
b. niet in Nederland zijn geregistreerd en
binnen of buiten Nederland worden gebracht.
6. Kentekens, bevattende
de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W of X en twee groepen van twee
cijfers worden slechts opgegeven voor voertuigen die ter verkrijging van een
kentekenbewijs met één of twee lettergroepen naar en van de plaats van weging
en onderzoek moeten worden gereden.
Artikel 5. Kentekenplaat
1. Het kenteken wordt
aangebracht op een plaat die behoort tot een door de Dienst Wegverkeer
goedgekeurde soort.
2. Het eerste lid geldt
niet in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.
3. De in het eerste lid
bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn in bij ministeriële regeling vast
te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet : Wegenverkeerswet 1994;
b. voertuig : motorrijtuig of
aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c en d , van de
wet;
c. bijzonder kenteken: kenteken als
bedoeld in artikel 38 van de wet;
d. erkend bedrijf : natuurlijke persoon
of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 62 van de wet is
verleend;
e. bedrijfsvoorraad : te verhandelen,
bewaren of te bewerken voertuigen waarvan een erkend bedrijf de eigendom heeft
verkregen;
f. bedrijfsvoorraad deel I B: deel I B
van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model,
afgegeven aan een erkend bedrijf, ten behoeve van de voertuigen die in
bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
g. bedrijfsvoorraadpas: pas als bedoeld
in artikel 48, eerste lid;
h. handelaarskenteken: kenteken als
bedoeld in artikel 3;
i. vrijwaringsbewijs : bewijs van een
bij ministeriële regeling vastgesteld model, blijkens welk aan de
verplichtingen van artikel 26, tweede lid, 27, derde lid, 27, achtste lid, onderdeel
a, 28, tweede lid, 28a, vierde lid, of 29, eerste lid, is voldaan;
j. betrokkene: betrokkene als bedoeld in
artikel 1, onderdeel f, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet : Wegenverkeerswet 1994;
b. voertuig : motorrijtuig of
aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c en d , van de
wet;
c. bijzonder kenteken: kenteken als
bedoeld in artikel 38 van de wet;
d. erkend bedrijf : natuurlijke persoon
of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 62 van de wet is
verleend;
e. bedrijfsvoorraad : te verhandelen,
bewaren of te bewerken voertuigen waarvan een erkend bedrijf de eigendom heeft
verkregen;
f. bedrijfsvoorraad deel I B: deel I B
van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model,
afgegeven aan een erkend bedrijf, ten behoeve van de voertuigen die in
bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
g. bedrijfsvoorraadpas: pas als bedoeld
in artikel 48, eerste lid;
h. handelaarskenteken: kenteken als
bedoeld in artikel 3;
i. vrijwaringsbewijs : bewijs van een
bij ministeriële regeling vastgesteld model, blijkens welk aan de
verplichtingen van artikel 26, tweede lid, 27, derde lid, 27, achtste lid,
onderdeel a, 28, tweede lid, 28a, vierde lid, of 29, eerste lid, is voldaan;
j. betrokkene: betrokkene als bedoeld in
artikel 1, onderdeel f, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 1a. Uitzondering kentekenplicht
Als categorieën bromfietsen, bedoeld
in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet waarop artikel 36
van de wet niet van toepassing is, worden, voor zover deze voertuigen voldoen
aan de begripsomschrijving van bromfiets in artikel 1, eerste lid, onder e, van
de wet, vastgesteld:
a. bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet;
b. motorrijtuigen met een door de constructie
bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h;
c. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een
voetganger te worden meegevoerd, en
d. motorrijtuigen met drie symmetrisch
geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de
achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en
voor vrijetijdsbesteding.
Artikel 2. Opgave en inrichting
kenteken
1. De opgave van een
kenteken geschiedt door afgifte van een kentekenbewijs dan wel door afgifte van
een deel I B of een bedrijfsvoorraad deel I B van een kentekenbewijs.
2. Het kenteken bestaat
uit een combinatie van letters en cijfers dan wel een combinatie van één letter
en cijfers.
Artikel 4. Bijzondere kentekens
1. Aan leden van het
Koninklijk Huis en aan buitenlandse diplomaten kan een kenteken worden
opgegeven, bevattende de lettergroep AA, onderscheidenlijk CD, en aan hen die
behoren tot het Internationaal Gerechtshof dan wel tot een door Onze Minister
van Buitenlandse Zaken aangewezen internationale organisatie een kenteken,
bevattende de lettergroep CDJ.
2. Kentekens,
bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers worden
slechts opgegeven voor voertuigen:
a. waarvoor overeenkomstig de voorschriften van
de Minister van Financiën een vrijstelling van belasting is verleend, of
b. waarvan de eigenaar of houder behoort tot het
personeel van buitenlandse ambassades, consulaten en daarmee gelijkgestelde
instellingen, voor zover daarvoor naar het oordeel van de Minister van
Buitenlandse Zaken aanleiding is.
3. Kentekens, bevattende
de lettergroep GV en twee groepen van twee cijfers, worden slechts opgegeven
voor motorrijtuigen met beperkte snelheid en landbouw- of bosbouwtrekkers, die
in het grensverkeer worden gebezigd alsmede voor door deze categorieën
voertuigen voortbewogen aanhangwagens.
4. Kentekens,
bevattende de lettergroep ZZ en twee groepen van twee cijfers worden slechts
opgegeven voor voertuigen die zich in verband met hun constructie uitsluitend
op de weg mogen bevinden met een ontheffing van de wegbeheerder dan wel van de
Dienst Wegverkeer.
5. Kentekens, bevattende
twee groepen van drie letters en cijfers of een combinatie daarvan worden
slechts opgegeven voor voertuigen, die naar het oordeel van de Dienst
Wegverkeer technisch in goede staat zijn, en die:
a. overeenkomstig de artikelen 31, 32 of 33
voorgoed buiten Nederland worden gebracht, of
b. niet in Nederland zijn geregistreerd en
binnen of buiten Nederland worden gebracht.
6. Kentekens,
bevattende de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W of X en twee
groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor voertuigen die ter
verkrijging van een kentekenbewijs met één of twee lettergroepen naar en van de
plaats van weging en onderzoek moeten worden gereden.
Artikel 3. Handelaarskentekens
Aan een erkend bedrijf of aan een
natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 42, eerste lid,
onderdeel b, kan, mits wordt voldaan aan hoofdstuk 5, voor de in artikel 37,
derde lid, van de wet bedoelde voertuigen een kenteken worden opgegeven
bevattende:
a. voor wat betreft motorrijtuigen, met
uitzondering van bromfietsen, de lettergroep HA, HF of FH en twee groepen van
twee cijfers;
b. voor wat betreft bromfietsen de lettergroep
HC en twee groepen van twee cijfers, of
c. voor wat betreft aanhangwagens de lettergroep
OA en twee groepen van twee cijfers.
Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 15 juni 1993, nr. RV 151906,
Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische
Zaken;
Gelet op de
Wegenverkeerswet 1994;
De Raad van State
gehoord (advies van 18 oktober 1993, nr. W09.93.0363);
Gezien het nader rapport van Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 september 1994, nr. R 183051;
Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische
Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan: